
Onder voetballers en supporters bevinden zich heel weinig hondenliefhebbers. Het is een schot voor de boeg! Een enkele hondenbezitter neemt zijn trouwe huisdier mee naar het veld. Naarmate de wedstrijd vordert ligt het beest opzichtig te geeuwen, legt zijn kop tussen de poten en richt zich op door het plotseling geschreeuw om hem heen.
In de meeste gevallen staat de man met de fluit dan in het middelpunt van de belangstelling. Eigenlijk is hij de baas van het spel maar meestal de gebeten hond. Spelers staan schuimbekkend rond hem heen. Ze kafferen hem uit op een manier waar de honden geen brood van lusten. Zonder aanzien des persoons. Het geldt voor een clubscheidsrechter op veld 4 in the middle of nowhere. Het is ook aan de orde voor het fluiten op hoog niveau, al is dat laatste een waardering die verondersteld wordt aan de hand van kwaliteiten van spelers.
In het publiek vindt men altijd wel een stok om de hond te slaan. Want hij doet het per definitie nooit goed. En die twee met dat vlaggetje langs de lijn kan hij ook al niet vertrouwen op hun blauwe ogen. Ze solliciteren wel heel nadrukkelijk naar de functie van blindengeleidehond. Vanuit de omgeving van de dug out krijgt hij een veelvoud van meer dan goed bedoelde adviezen. Hoewel de trainer hierbij helemaal uit zijn dak gaat, gebeurt dit met een “positieve” intentie. Maar dan wel in het belang van de eigen ploeg. De scheids in kwestie snapt er werkelijk niets van. Buiten de lijnen zie je de dingen altijd anders.
Namen van spelers zijn doorgaans wel bekend, in beide kampen. De naam van de scheidsrechter zegt de meesten helemaal niets, een enkele uitzondering daargelaten. Want die hebben ze al eens eerder gezien en toen was het ook niets. De arbiter krijgt een gezicht als hij een beslissing neemt, die de ene of andere kant niet welgevallig is. Hij verandert van een nobody in een soort object waar alle frustraties op los gelaten worden.
In 1969 schold een rechtsback van Feyenoord de scheidsrechter uit voor hondenlul. Een term die met de toevoeging van “hi, ha..” intussen gewoonte is geworden op en langs de velden.
Het is meer regel dan uitzondering dat een emotioneel geladen sfeer ontstaat terwijl vooraf publiek, spelers en trainers eendrachtig en samen met de scheidsrechter één minuut stilte in acht hebben genomen. Als vorm van respect voor een bepaalde persoon die ons ontvallen is. Het is adembenemend stil. Die minuut is kennelijk bedoeld als een biecht vooraf om daarna alle grenzen van respect te mogen overschrijden !
Het is een noodzakelijk kwaad, zo’n leidsman, omdat anders geen wedstrijd kan worden gespeeld. Dus wordt hij tot op zekere hoogte gedoogd als de bonte hond. Dat het enorm uit de klauwen kan lopen is bekend, zelfs tot op politieke hoogte. Geweld tegen scheidsrechters, in welke vorm dan ook, gaat zwaarder gestraft worden. Het wordt zelfs een zaak van Justitie. Vergelijkbaar met straffen bij geweld tegen ambtsdragers. De arbiter bij het voetbal krijgt hierdoor eigenlijk de status van politiehond. Een promotie met vraagtekens.
Na het drama in Alphen aan den Rijn riep iemand dat we in Nederland altijd 'maatregelen' willen, waardoor het niet meer kan gebeuren... dat is een illusie. Zoals het ook nauwelijks is voor te stellen dat de vrouw van de scheidsrechter bij zijn vertrek naar de wedstrijd roept: “maak het nou eens niet te laat, hè”.
Na de wekelijkse tombola komt hij thuis en krijgt een enthousiaste begroeting van zijn hond. Dat maakt veel goed. Hij laat de middag de revue passeren tijdens het avondrondje met zijn viervoeter. Het was weer een hoop gedoe. Bij zijn vertrek vanaf het sportpark werd hij nagekeken als een paria. Je moet een echte liefhebber zijn, om dit spelletje leuk te vinden, al is het tegen beter weten in!
Alleen zijn hond lijkt hem te begrijpen.
Joop van der Laan