We naderen het eind van een jaar waarin op wereldniveau is gestreden om de hoogste prijs. Het is ook een jaar met het bedenkelijke WK-bid 2018 van Holland en België. Een bid is vergelijkbaar met een aanbod, zo heb ik me laten vertellen.
Deze term is niet te vinden in het aloude lesboekje van professor Arnold Heertje over de beginselen van de economie, dat ooit mijn blik op de wereld verruimde met de wet van vraag en aanbod.
Want dat is toch waar het om draait? De vraag naar en het aanbod van economische goederen hangen af van de prijs die ervoor wordt gevraagd. Bij een hogere prijs zal er minder vraag zijn naar een artikel en meer aanbod. Andersom zal bij een lagere prijs de vraag toenemen en het aanbod afnemen. Door dit effect zal er een prijs uitrollen die vraag en aanbod in evenwicht brengen.
Als trouwe volger van de ontwikkelingen in het voetbal ontstaat er dan een gevoel van opperste verwarring. Valt onze voetbaltak dan buiten de normale economische orde? Is hier sprake van andere marktwerking? We kennen toch de kwestie (aanbod) van steeds stijgende spelerssalarissen? Economisch gezien zou er dan een corrigerend mechanisme in werking moeten treden, maar het tegengestelde is waar. In de voetballerij zal kwaliteit hoe dan ook altijd kostbaar blijven, zeker als deze spelers het succes van een club bepalen. De top van bijvoorbeeld de Engelse ranglijst is gelijk aan de mate waarin de clubs geld aan salarissen uitgeven.
De datum van 29 november 2010 staat in het geheugen gegrift. Op ongekende wijze speelde Barcelona opponent Real Madrid van het veld. Zo moet het spelletje gespeeld worden, riep iedereen in koor. Voor vele liefhebbers is dit fenomeen opeens in de volle breedte maatgevend voor het bepalen van de vraag en de verwachtingen.
Maar let op: de kwaliteit van de voetballers is doorslaggevend voor de wijze van spelen.
Een trainer is gebonden aan de kwaliteit (dus ook de tekortkomingen) van een speler. De spelers-vaardigheden zijn bepalend voor de uitvoering in het veld en het resultaat. Het voldoet niet altijd of bijna nooit aan wat de trainer vraagt, zodat het nog steeds per definitie onterecht blijft een nederlaag aan hem te wijten.
Een trainer heeft ook te maken met de vraagzijde (van bestuur, sponsors, etc.). Als de vraag te ver uit de pas gaat lopen met het resultaat, heeft hij toch het nakijken. De andere factor, namelijk de stemming die ontstaat, levert geen verstandige besluiten op maar louter opportunisme.
Elke wedstrijd die we voorbij zien komen is gebonden aan een patroon van verwachtingen. De gemakkelijkste manier om fans tevreden te houden is het voldoen aan de vraag of deze zelfs te overtreffen.
De verwachtingen kunnen in verschillende gradaties worden geplaatst. Dat varieert van handhaving, plaats in de middenmoot tot het behalen van de titel. Het is bijvoorbeeld gebaseerd op de prestaties in het afgelopen seizoen of de komst van nieuwe spelers. Fans raken snel gewend aan elke nieuwe situatie. Blijf je enkele seizoenen op hetzelfde niveau, dan zal men de neiging hebben toch net dat beetje meer te gaan verwachten.
Het schort in het gemiddelde amateurvoetbal aan de kwaliteit van het aanbod. Het gaat er dus om wie er in het veld lopen. De verwachtingen zijn bijna nooit reëel. En dan is het een hele simpele rekensom. Het aanbod voldoet dus niet aan de vraag, maar in het voetbal levert dat geen enkel economisch effect op.
Wat er wel is waar te nemen, zijn merkwaardige stemmingswisselingen. Het bezoek aan het voetbalveld zal nooit meer hetzelfde zijn.
Ik wens u allen prettige Kerstdagen en een sportief en evenwichtig 2011 !!!
Joop van der Laan