vrijdag 18 mei 2012 :: 16:29
HUIDIGE PAGINA   
"Koud avondje NAC"
"Koud avondje NAC"
De voetbalcompetitie bij de amateurs ligt stil. De elfstedentocht is dagelijks onderwerp van gesprek geweest. Toch gaan we op zoek naar de bal.
Bij een temperatuur van negen graden onder nul koersen we naar Breda voor de voetbalwedstrijd tussen de plaatselijke trots NAC en Ajax. De landelijke media melden op TV de val van oud marathonschaatser, wielrenner en TV-personality Gert Jakobs met als resultaat: gebroken enkel en een forse schouderblessure. De ijsvloer is keihard en kent geen genade.
We draaien parking P6 op bij het Rat Verleghstadion dat van grote afstand baadt in het felle schijnsel van de stadionlampen. Mijn gastheer van deze avond rijdt om bedrijfsmatige redenen met een Duitse kentekenplaat. Dat is reden voor de parkeerwachter om op het laatste moment een stapje terug te doen. Zijn kennis van de Duitse taal is niet actueel genoeg. Bij alle andere auto’s geeft hij wel de aanwijzingen om op de hard bevroren ondergrond een geschikte plaats te zoeken. Wij vinden het zelf wel, geen enkel probleem.

Lopend richting stadion passeren we een muur van containers, opgetrokken om de bokken van de schapen te scheiden. In afwachting van de aanhang uit Amsterdam fungeren deze stalen bakken als buffer om de veelal losgeslagen meute te geleiden. De donkerblauwe geblindeerde busjes van de Mobiele Eenheid zijn stand-by. In het normale dagelijks leven zou je denken dat er een soort van burgeroorlog op komst is. Bij een voetbalwedstrijd kijkt niemand hier meer van op en om. In de verte klinkt het clublied van de thuisploeg. Hee, hee, hee, hee hup N.A.C, hup N.A.C., ..en dan een paar deunen verder…”zal nooit verloren gaan”. Een beetje navrant als je hier en daar leest van de financiële puinhoop die al jaren het beeld van de club bepaalt. Maar NAC leeft nog en hoop verloren, is al verloren.
Een warme bak koffie is voorlopig niet aan de orde. Het meisje met de mooie ogen in de koek en zopie-tent legt uit dat de leidingen zijn bevroren. Dat geldt dus ook voor de chocomel. Stomme vraag, bedenk ik. Dan gaan we maar aan het bier, besluit de in oranje jassen gestoken escorte van drie bussen vol met jeugdspelers van de v.v. Patrijzen uit ’s Heerenhoek.

We vinden een plaatsje in het vak dat pal onder het uit-vak ligt. Dat is het deel van het stadion waar de supporters van de bezoekende club worden opgeborgen. Het is een hermetisch afgesloten kooi met hoog opgetrokken veiligheidsglas. Hoog genoeg om te voorkomen dat het lager zittende publiek niet getrakteerd wordt op een voortdurende luchtaanval met de meeste bizarre voorwerpen en onfrisse stoffen. De groep arriveert en laat zich luidkeels gelden. Meer hoopvol dan overtuigend: “Wij zijn Ajax, wij zijn de beste”. Nou, daar zijn de meningen dus sterk over verdeeld in ons vak. De eerste bezigheid van deze strak bijeen gedreven groep mensen is het testen van de sterkte van het glas. Ze kijken daarbij om zich heen met een blik die niet misstaat bij gekooide dieren in de Zoo. Er hangt nog net geen bordje dat voederen ten strengste verboden is. Toch zijn ze populair bij de spelers van de uitspelende ploeg. Ze ontvangen een uitbundige begroeting met een applausgebaar met beide handen boven het hoofd. Of lijkt het een beetje plichtmatig?
Achter ons nestelen zich vier rasechte Amsterdammers. De zo kenmerkende opmerkingen en humor in onvervalst dialect zijn niet van de lucht. Bij de warming-up krijgt doelman Vermeer al snel het predikaat “prutser” . Scheidsrechter Kevin Blom ontspringt de dans ook niet, hij loopt warm en passeert de vakken aan de korte zijde. Mijn buurman aan de linkerzijde, voorzien van een berenmuts met oorflappen, begroet Blom met een even hartelijke als hartgrondige term die een metafoor is voor de herenliefde. Assistent-trainer Dennis Bergkamp in kostuum en handschoenen is een “watje”.
De pupillen melden zich aan de zijlijn in de outfits van beide clubs. Natuurlijk begeleid door een hoogblonde dame, het kontje strak in de broek. Binnen de kortste keren is zij openbaar bezit van het publiek. En ze weet het, ze geniet ervan. De kleine mennekes dragen broeken die bijna op de enkels hangen. Een brutaaltje weet hoe het werkt en zwaait naar de Ajax-aanhang. Een gebrul uit honderden kelen is zijn buit.
De eerste spreekkoren knallen door het stadion, de toon is gezet. Vanaf de fanatieke B-side van NAC rolt een vele meters groot gele doek met schreeuwende tekst en logo uit over het hele vak. Misschien wel handig om die deken bij de hand te houden met deze temperaturen.
Theo Janssen speelt niet, hoor ik achter me. De opstelling wordt met argusogen bekeken op de lichtkrant en voorzien van commentaar. Meegelezen door de speaker, een vrouw met een zwaar doorrookt stemgeluid. NAC mist good-old Lurling.

Wij zijn er klaar voor, voorzien van snowboots, vier lagen kleding, thermosokken, handschoenen, ijsmuts diep over de oren getrokken. Voetbal in deze koude periode, het is geen probleem door de veldverwarming maar buiten de groene mat is het gewoon winter. De eerste helft is bepaald niet hartverwarmend. Bij Ajax komt Aissati (Issy er of Issy er niet?) in het veld maar had hier niet zo snel op gerekend. Hij is gekleed in een witte pyjamabroek die niet helemaal strak plooit om zijn korte dunne beentjes. Het lijkt op een veredelde tuinkabouter die uit zijn winterslaap wordt gerukt en tot zijn schrik onverwachts op de Noordpool wordt gedropt. Tussen haakjes: hij staat wel op de quote-top 100 lijst over 2011 van NUsport op plaats 48 met een inkomen van 1 miljoen euro.

Ajax houdt het spelletje breed, NAC zoekt de diepte. Erik Botteghin is een rots in de branding in de Bredase vesting. Hij doet het boegbeeld van weleer, Rob Penders, snel vergeten. Een dame rechts voor ons staat bij elke aanval van NAC op van haar stoel en krijst het uit na een bal op de lat. De krachtterm die volgt, laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Het programmaboekje, de Klok (?) geheten, gebruikt een lettertype voor de namen en nummers op een manier die het gemis aan een leesbril ernstig doet voelen. Wie is nou die nr. 18 bij NAC? Naast mij gromt de berenmuts de naam van Donny Gorter.
Die nr. 10 van Ajax is mij bekend, oogt als een verdwaalde A-junior met de kousen half over het scheenbeen. Hij staat ook in de quote top 100 met een salaris van 880.000, de subtop bij Ajax in het salarishuis. Siem de Jong tekende namelijk een contract met een periodiek stijgend honorarium. De mannen van NAC komen niet voor in de top 100.
Toch staat het bij rust: 0-0.

De man met de kalkwagen staat ter hoogte van de cornervlag startklaar om tijdens de rust de lijnen opnieuw te onderscheiden. De blonde dame komt uit het niets om de pupillen en vooral zichzelf weer in de kijker te plaatsen. De klanken van het onvervalste Nederlandse lied helpen om de kou een beetje te verzachten. De oer-brabantse band W.C-Experience nodigt ongemerkt uit om te gaan dabberen. Alleen al om de koude voeten warm te krijgen. De houdbaarheidsdatum van mijn thermosokken is duidelijk verstreken. De broodjes frikadel of iets wat daar een beetje op lijkt, passeren de rijen. We krijgen een plastic glas in de hand gedrukt van onze Amsterdamse achterburen met de wens dat het mag smaken. Het gaat om een substantie die proeft als koud leidingwater waarbij geen enkele poging is gedaan om enige smaak toe te voegen. Het is dus onderkoeld alcoholvrij bier. Met een schuin oog kijk ik naar het lege ereterras. Iedereen die er toe doet bij NAC is naar binnen en daar drinken ze zeker niet hetzelfde spul als wij hier in vak I. Waren we trouwens vorige zomer in de oefenperiode niet de gastheer van NAC bij onze eigen club? Dan had een uitnodiging om daar op dat terras te vertoeven toch wel een beetje van fatsoen getuigt. Niet aan denken. Deze frustratie is misschien wel ingegeven door de kou.

In de tweede helft geeft Ajax gas en NAC moet terug. In de kakofonie van geluiden zijn de spreekkoren redelijk te ontcijferen. Het klinkt nu in stereo, dus ook van de overkant. Dus weet ik nu nog niet of ik wel of niet moet springen om een jood te zijn. Ook is me niet hemaal duidelijk geworden waar de meeste homo’s vandaan komen, Amsterdam of Breda.
Bij NAC zingen ze niet, maar gebruiken ze tekstopzetjes die door een ander deel van het stadion worden beantwoord. Een soort duet. In de tweede helft wordt het stil. Dailey Blind mag invallen van trainer Frank de Boer. Blind staat op de lijst van grootverdieners met een bedrag van 660.000 euro. Hij tekende in 2008 een contract met een salaris van een kwart miljoen dat jaarlijks voorziet in een stijging van een ton. De “derde ster” van Ajax deed de rest. Die prutser van Vermeer in het Ajax-doel, waarvoor het publiek bij elke terugspeelbal de adem inhoudt, scoort op de grootverdienerslijst 750.000 euro.
Ajax wint met twee lelijke doelpunten van Dmitri Bulykin en Nicolas Lodeiro. Het thuispubliek verlaat vijf minuten voor tijd massaal de stoelen. Het is stil aan de overkant en Bulykin is de beste van Amsterdam. Mijn linkerbuurman met de berenmuts vloekt binnensmonds. Het is gedaan. De Amsterdammers winnen voor het eerst in 2012 een wedstrijd. De glans van de “parel van het zuiden” verbleekt. NAC zakt verder naar een plaats die men hier in Breda niet gewend is. Toch komen de mensen terug, altijd weer, de thuiswedstrijd is een uitje. “Klundert groet NAC”. Ondanks het feit dat de ballerina’s op het veld schandalige kapitalen vangen voor hun ongepolijste kunsten.

We rijden parking P6 af, het gaat gesmeerd. Onze parkeerwachter heeft zich uit de voeten gemaakt. Bij de uitgang staat een motorescorte van de politie. Gereed om de spelersbus van Ajax te bewaken, zoals het artiesten betaamt.
Mijn koude voeten gaan langzaam gloeien. Als ik thuis kom, kijk ik naar de korte samenvatting en zie ik beelden die me sommige acties met terugwerkende kracht duidelijker maken.

Het is toch een apart gevoel om bij -9 graden in een voetbalstadion te zitten. Maar zeker leuk om er een keer bij te zijn met dank voor de uitnodiging,
houdoe en bedankt..

febr2012/Joop van der Laan

Koud avondje NAC

 

De voetbalcompetitie bij de amateurs ligt stil. De elfstedentocht is dagelijks onderwerp van gesprek geweest. Toch gaan we op zoek naar de bal.

Bij een temperatuur van negen graden onder nul koersen we naar Breda voor de voetbalwedstrijd tussen de plaatselijke trots NAC en Ajax. De landelijke media melden op TV de val van oud marathonschaatser, wielrenner en TV-personality Gert Jakobs met als resultaat: gebroken enkel en een forse schouderblessure. De ijsvloer is keihard en kent geen genade.

We draaien parking P6 op bij het Rat Verleghstadion dat van grote afstand baadt in het felle schijnsel van de stadionlampen. Mijn gastheer van deze avond rijdt om bedrijfsmatige redenen met een Duitse kentekenplaat. Dat is reden voor de parkeerwachter om op het laatste moment een stapje terug te doen. Zijn kennis van de Duitse taal is niet actueel genoeg. Bij alle andere auto’s geeft hij wel de aanwijzingen om op de hard bevroren ondergrond een geschikte plaats te zoeken. Wij vinden het zelf wel, geen enkel probleem.

 

Lopend richting stadion passeren we een muur van containers, opgetrokken om de bokken van de schapen te scheiden. In afwachting van de aanhang uit Amsterdam fungeren deze stalen bakken als buffer om de veelal losgeslagen meute te geleiden. De donkerblauwe geblindeerde busjes van de Mobiele Eenheid zijn stand-by. In het normale dagelijks leven zou je denken dat er een soort van burgeroorlog op komst is. Bij een voetbalwedstrijd kijkt niemand hier meer van op en om. In de verte klinkt het clublied van de thuisploeg. Hee, hee, hee, hee hup N.A.C, hup N.A.C., ..en dan een paar deunen verder…”zal nooit verloren gaan”. Een beetje navrant als je hier en daar leest van de financiële puinhoop die al jaren het beeld van de club bepaalt. Maar NAC leeft nog en hoop verloren, is al verloren.

Een warme bak koffie is voorlopig niet aan de orde. Het meisje met de mooie ogen in de koek en zopie-tent legt uit dat de leidingen zijn bevroren. Dat geldt dus ook voor de chocomel. Stomme vraag, bedenk ik. Dan gaan we maar aan het bier, besluit de in oranje jassen gestoken escorte van drie bussen vol met jeugdspelers van de v.v. Patrijzen uit ’s Heerenhoek.

 

We vinden een plaatsje in het vak dat pal onder het uit-vak ligt. Dat is het deel van het stadion waar de supporters van de bezoekende club worden opgeborgen. Het is een hermetisch afgesloten kooi met hoog opgetrokken veiligheidsglas. Hoog genoeg om te voorkomen dat het lager zittende publiek niet getrakteerd wordt op een voortdurende luchtaanval met de meeste bizarre voorwerpen en onfrisse stoffen. De groep arriveert en laat zich luidkeels gelden. Meer hoopvol dan overtuigend: “Wij zijn Ajax, wij zijn de beste”. Nou, daar zijn de meningen dus sterk over verdeeld in ons vak. De eerste bezigheid van deze strak bijeen gedreven groep mensen is het testen van de sterkte van het glas. Ze kijken daarbij om zich heen met een blik die niet misstaat bij gekooide dieren in de Zoo. Er hangt nog net geen bordje dat voederen ten strengste verboden is. Toch zijn ze populair bij de spelers van de uitspelende ploeg. Ze ontvangen een uitbundige begroeting met een applausgebaar met beide handen boven het hoofd. Of lijkt het een beetje plichtmatig?

Achter ons nestelen zich vier rasechte Amsterdammers. De zo kenmerkende opmerkingen en humor in onvervalst dialect zijn niet van de lucht. Bij de warming-up krijgt doelman Vermeer al snel het predikaat “prutser” . Scheidsrechter Kevin Blom ontspringt de dans ook niet, hij loopt warm en passeert de vakken aan de korte zijde. Mijn buurman aan de linkerzijde, voorzien van een berenmuts met oorflappen, begroet Blom met een even hartelijke als hartgrondige term die een metafoor is voor de herenliefde. Assistent-trainer Dennis Bergkamp in kostuum en handschoenen is een “watje”.

De pupillen melden zich aan de zijlijn in de outfits van beide clubs. Natuurlijk begeleid door een hoogblonde dame, het kontje strak in de broek. Binnen de kortste keren is zij openbaar bezit van het publiek. En ze weet het, ze geniet ervan. De kleine mennekes dragen broeken die bijna op de enkels hangen. Een brutaaltje weet hoe het werkt en zwaait naar de Ajax-aanhang. Een gebrul uit honderden kelen is zijn buit.

De eerste spreekkoren knallen door het stadion, de toon is gezet. Vanaf de fanatieke B-side van NAC rolt een vele meters groot gele doek met schreeuwende tekst en logo uit over het hele vak. Misschien wel handig om die deken bij de hand te houden met deze temperaturen.

Theo Janssen speelt niet, hoor ik achter me. De opstelling wordt met argusogen bekeken op de lichtkrant en voorzien van commentaar. Meegelezen door de speaker, een vrouw met een zwaar doorrookt stemgeluid. NAC mist good-old Lurling.

 

Wij zijn er klaar voor, voorzien van snowboots, vier lagen kleding, thermosokken, handschoenen, ijsmuts diep over de oren getrokken. Voetbal in deze koude periode, het is geen probleem door de veldverwarming maar buiten de groene mat is het gewoon winter. De eerste helft is bepaald niet hartverwarmend. Bij Ajax komt Aissati (Issy er of Issy er niet?) in het veld maar had hier niet zo snel op gerekend. Hij is gekleed in een witte pyjamabroek die niet helemaal strak plooit om zijn korte dunne beentjes. Het lijkt op een veredelde tuinkabouter die uit zijn winterslaap wordt gerukt en tot zijn schrik onverwachts op de Noordpool wordt gedropt. Tussen haakjes: hij staat wel op de quote-top 100 lijst over 2011 van NUsport op plaats 48 met een inkomen van 1 miljoen euro.

 

Ajax houdt het spelletje breed, NAC zoekt de diepte. Erik Botteghin is een rots in de branding in de Bredase vesting. Hij doet het boegbeeld van weleer, Rob Penders, snel vergeten. Een dame rechts voor ons staat bij elke aanval van NAC op van haar stoel en krijst het uit na een bal op de lat. De krachtterm die volgt, laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Het programmaboekje, de Klok (?) geheten, gebruikt een lettertype voor de namen en nummers op een manier die het gemis aan een leesbril ernstig doet voelen. Wie is nou die nr. 18 bij NAC? Naast mij gromt de berenmuts de naam van Donny Gorter.

Die nr. 10 van Ajax is mij bekend, oogt als een verdwaalde A-junior met de kousen half over het scheenbeen. Hij staat ook in de quote top 100 met een salaris van 880.000, de subtop bij Ajax in het salarishuis. Siem de Jong tekende namelijk een contract met een periodiek stijgend honorarium. De mannen van NAC komen niet voor in de top 100.

Toch staat het bij rust: 0-0.

 

De man met de kalkwagen staat ter hoogte van de cornervlag startklaar om tijdens de rust de lijnen opnieuw te onderscheiden. De blonde dame komt uit het niets om de pupillen en vooral zichzelf weer in de kijker te plaatsen. De klanken van het onvervalste Nederlandse lied helpen om de kou een beetje te verzachten. De oer-brabantse band W.C-Experience nodigt ongemerkt uit om te gaan dabberen. Alleen al om de koude voeten warm te krijgen. De houdbaarheidsdatum van mijn thermosokken is duidelijk verstreken. De broodjes frikadel of iets wat daar een beetje op lijkt, passeren de rijen. We krijgen een plastic glas in de hand gedrukt van onze Amsterdamse achterburen met de wens dat het mag smaken. Het gaat om een substantie die proeft als koud leidingwater waarbij geen enkele poging is gedaan om enige smaak toe te voegen. Het is dus onderkoeld alcoholvrij bier. Met een schuin oog kijk ik naar het lege ereterras. Iedereen die er toe doet bij NAC is naar binnen en daar drinken ze zeker niet hetzelfde spul als wij hier in vak I. Waren we trouwens vorige zomer in de oefenperiode niet de gastheer van NAC bij onze eigen club? Dan had een uitnodiging om daar op dat terras te vertoeven toch wel een beetje van fatsoen getuigt. Niet aan denken. Deze frustratie is misschien wel ingegeven door de kou.

 

In de tweede helft geeft Ajax gas en NAC moet terug. In de kakofonie van geluiden zijn de spreekkoren redelijk te ontcijferen. Het klinkt nu in stereo, dus ook van de overkant. Dus weet ik nu nog niet of ik wel of niet moet springen om een jood te zijn. Ook is me niet hemaal duidelijk geworden waar de meeste homo’s vandaan komen, Amsterdam of Breda.

Bij NAC zingen ze niet, maar gebruiken ze tekstopzetjes die door een ander deel van het stadion worden beantwoord. Een soort duet. In de tweede helft wordt het stil. Dailey Blind mag invallen van trainer Frank de Boer. Blind staat op de lijst van grootverdieners met een bedrag van 660.000 euro. Hij tekende in 2008 een contract met een salaris van een kwart miljoen dat jaarlijks voorziet in een stijging van een ton. De “derde ster” van Ajax deed de rest. Die prutser van Vermeer in het Ajax-doel, waarvoor het publiek bij elke terugspeelbal de adem inhoudt, scoort op de grootverdienerslijst 750.000 euro.

Ajax wint met twee lelijke doelpunten van Dmitri Bulykin en Nicolas Lodeiro. Het thuispubliek verlaat vijf minuten voor tijd massaal de stoelen. Het is stil aan de overkant en Bulykin is de beste van Amsterdam. Mijn linkerbuurman met de berenmuts vloekt binnensmonds. Het is gedaan. De Amsterdammers winnen voor het eerst in 2012 een wedstrijd. De glans van de “parel van het zuiden” verbleekt. NAC zakt verder naar een plaats die men hier in Breda niet gewend is. Toch komen de mensen terug, altijd weer, de thuiswedstrijd is een uitje. “Klundert groet NAC”. Ondanks het feit dat de ballerina’s op het veld schandalige kapitalen vangen voor hun ongepolijste kunsten.

 

We rijden parking P6 af, het gaat gesmeerd. Onze parkeerwachter heeft zich uit de voeten gemaakt. Bij de uitgang staat een motorescorte van de politie. Gereed om de spelersbus van Ajax te bewaken, zoals het artiesten betaamt.

Mijn koude voeten gaan langzaam gloeien. Als ik thuis kom, kijk ik naar de korte samenvatting en zie ik beelden die me sommige acties met terugwerkende kracht duidelijker maken.

 

Het is toch een apart gevoel om bij -9 graden in een voetbalstadion te zitten. Maar zeker leuk om er een keer bij te zijn met dank voor de uitnodiging,

houdoe en bedankt..

 

febr2012/Joop van der Laan

 

 

 

Geplaatst op: dinsdag 14 februari 2012
Categorie: Columns
 
sitemap || contact